ornamentiek / delft

Ornamentiek is een experimenteel onderzoek naar de waarde van ornament en decoratie in de huidige tijd. Nadat ornament gedurende een groot deel van de 20e eeuw werd uitgebannen, keren tegenwoordig steeds meer decoratieve patronen en ornamentale elementen terug in de architectuur. De manier van maken is echter sterk veranderd, en standaardisatie is soms zelfs de basis van het ontwerp geworden. Hierdoor is het veel waarschijnlijker dat ornamenten in de architectuur door CAD‑programma’s worden gemaakt in plaats van door handwerk. Het ontwerp van de modulaire elementen richt zich op de mogelijke synergie tussen digitalisering en ambacht.
Het ambacht van breien werd gekozen als uitgangspunt voor de ontwikkeling van een modulair element. Breien kan complexe patronen creëren voor textiel dat wordt gebruikt voor kleding. Kleding, dat primair dient ter bescherming tegen het buitenklimaat, vormt ook een esthetische laag om het menselijk lichaam. Het integreert klimatologische, technische en constructieve voorwaarden in de eerste architectuur buiten onze huid. Door nauwkeurige observatie en experiment werd breien als techniek geabstraheerd tot een ritmisch proces van herhaling, waarin door kleine variaties subtiele diversiteit mogelijk is. Wanneer je patronen in breiwerk verandert, blijft de techniek hetzelfde — alleen het ritme verandert. Dit concept vertaalt zich naar de vorm van het modulaire element. De diamantachtige vorm werd specifiek gekozen omdat deze gemakkelijk van richting kan veranderen om nieuwe patronen te vormen, zoals bijvoorbeeld een gevelopening. De abstractie van breien naar ritme werd ook gebruikt om een handgemaakt model van karton en draad te vertalen naar een ritmische beweging die een CNC‑frees kon volgen. Er werden voorwaarden gesteld waaraan de computer moest voldoen, maar het eindresultaat kon nooit volledig worden bepaald door de aard van het proces en de digitale vertaling.



De twee modulaire ornamenten zijn ontworpen volgens hetzelfde proces: één regulier element en één element om de afgeronde hoeken te vormen die om de omsloten ruimte zweven. De ornamenten worden verbonden met stalen staven en knopen om een gordijnwand te vormen. Dit wordt zichtbaar gemaakt door de ontbrekende driehoeken nabij de begane grond en het dak. Het weeft de ornamenten tot een textiel dat is opgespannen tussen twee betonnen platen. Net als bij textiel is de achterkant het resultaat van de voorkant. Door het gietproces zijn de ornamenten aan de achterzijde vlak en rustiger. Hier trekken de stalen constructiestaven de aandacht, zoals naden dat doen aan de binnenzijde van een trui. Door deze ‘naden’ valt een glimp daglicht naar binnen, wat de lichtheid van de wand benadrukt.
Samen vormen de ornamenten het ‘Ornamentarium’. Deze folly wordt voorgesteld als een object dat staat in het midden van een Scandinavisch woud, bedekt met sneeuw. Eenzame reizigers kunnen binnen zijn muren beschutting zoeken tegen het gure weer.
Uiteindelijk was het maakproces een voortdurende interactie tussen CAD en ambacht. Handgemaakte modellen werden geabstraheerd tot digitale lijnen die door een computer werden gevolgd, waarna de subtiele menselijke hand de laatste toets aanbracht. Deze interactie tussen CAD en ambacht kan ons helpen om ornament en decoratie een betekenisvolle plek te geven binnen de hedendaagse architectuur.
Ontwerp / Sjim van Beijsterveldt
Datum / 2015
Type / onderzoek


